Verdediging van het grondgebied
De wereldeconomie (en dus ook die van Nederland) is afhankelijk van de zee. Meer dan 70% van de mensheid woont binnen 150 kilometer van de kust. 90% van het transport van goederen gaat over zee.
Dat de scheepvaart de slagader is van de economie, geldt zeker voor Nederland. Ons land behoort tot de vijftien belangrijkste economieën ter wereld en tot de tien belangrijkste exportnaties. Door de ligging, is Nederland de poort tot Europa, een natuurlijk distributiecentrum.
De belangen van Nederland kunnen in gevaar raken door crises in de buurt, maar ook door crises elders in de wereld. De verdediging en bescherming van Nederland, reikt dus veel verder dan alleen Nederlands grondgebied.
Veiligheid op en vanuit zee
Samen met de andere krijgsmachtdelen werkt de marine aan veiligheid in Nederland en buitenland. De marine zorgt voor veiligheid op en vanuit zee. Dat houdt in dat de marine kan optreden tegen piraterij, mensensmokkel, wapensmokkel, maar ook als er een conflict ontstaat met hogere dreiging.
Per opdracht kan de Koninklijke Marine verschillende eenheden inzetten of samenwerken met andere krijgsmachtdelen uit binnen- en buitenland. De marine beschikt daarom over zeer moderne schepen, onderzeeboten, maritieme helikopters en het Korps Mariniers.
December 2006 leverde Hr.Ms. Tromp een unieke prestatie in een door de VS groots opgezette test bij Hawaï.
Met haar geavanceerde radars en software lukte het een ballistische middellange afstandsraket gedurende het grootste deel van haar vlucht te volgen en doelinformatie te berekenen. Het was voor het eerst dat een niet-Amerikaans schip dit klaarspeelde.
De wateren in de Stille Oceaan werden tevens gebruikt om de eigen anti-scheepsraketten te testen:
Joint Caribbean Lion 2006
Van 23 mei tot 14 juni 2006 vond op de Nederlandse Antillen een grote internationale oefening plaats, onder leiding van de Koninklijke Marine. De deelnemers voerden vanuit zee landoperaties uit in het Caribische gebied. België, Canada, Chili, Frankrijk, Venezuela, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Nederland namen deel met schepen, troepen, vliegtuigen of waarnemers. In totaal deden ongeveer 4600 militairen mee.
Voor Nederland was het voornaamste doel van ‘Joint Caribbean Lion’ het succesvol opereren van de krijgsmacht ver van de thuisbasis, met het nadeel van lange logistieke aanvoerlijnen. Daarnaast werden de intensieve samenwerking en coördinatie tussen de krijgsmachtdelen erdoor versterkt.
Het scenario van de oefening was een vredesmissie, waarbij de multinationale taakgroep de controle moest krijgen over het gebied rondom de Beneden- en Bovenwindse Eilanden. Door het gezamenlijk optreden van land-, lucht- en zeestrijdkrachten, onder leiding van de Koninklijke Marine, werden de eilanden bevrijd van milities die de bevolking terroriseerden. Op 14 juni ‘viel’ het laatste vijandelijke bolwerk op zowel Sint Maarten als Curaçao.
TaskForce 150 (2005/ 2006)
Van december 2005 tot juni 2006 had een Nederlandse Commandeur de leiding over TaskForce 150. De taak van Task Force 150 is het beveiligen van het gebied rond het Arabisch Schiereiland en het controleren van schepen, zodat terroristische organisaties de zee niet meer kunnen gebruiken voor transport van wapens of voor het plegen van aanslagen. De landen uit de regio zelf kunnen gaan werken aan veiligheid en stabiliteit in hun zeegebied zodat de veiligheid en de continuïteit van het economisch maritieme verkeer gewaarborgd blijft. Het zeegebied heeft een grootte van 2,5 miljoen vierkante kilometer (60x groter dan Nederland).
Hr.Ms. De Zeven Provinciën, diende als vlaggenschip van het internationale eskader. Task Force 150 bestond verder uit schepen van Duitsland, Frankrijk, Italië, Pakistan, Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Het commando varieerde in grootte van 7 tot 16 schepen. Ook onderzeeboot Hr.Ms. Bruinvis en bevoorrader Hr.Ms. Zuiderkruis maakten deel uit van het verband.
Het Lido II incident (Adriatische zee, 1994)
Gedurende de crises op de Balkan voerde de NAVO een embargo-operatie uit voor de kust van Servië-Montenegro. Schepen uit de NATO Standing Naval Forces vormen een blokkade in de Adriatische Zee om te voorkomen dat schepen de havens van Servië-Montenegro binnenlopen. De NAVO-schepen opereren in de internationale wateren en mogen niet de territoriale wateren van Servië-Montenegro in.
Als een schip door de blokkade breekt en in de wateren van Servië-Montenegro terechtkomen, dan is hij in veiligheid.
Op zondagochtend 1 mei 1994 wijkt een olietanker onder Maltese vlag, de Lido II, plotseling van de opgegeven route af en steekt op volle kracht op naar de territoriale wateren van Servië-Montenegro. Marineschepen vragen onmiddellijk wat het schip van plan is, maar zij krijgen geen duidelijk antwoord.
Terwijl de Lido II op volle kracht door de blokkade wil breken, varen ook enkele Servische fregatten en patrouilleboten op hoge snelheid naar de tanker. Inmiddels is aan boord van Hr.Ms. Van Kinsbergen (S-fregat) de helikopter gereedgemaakt en stappen leden van de Bijzondere Bijstandseenheid van het Korps Mariniers in. Ook worden gevechtsvliegtuigen door de marineschepen richting de olietanker gestuurd.
De NAVO-schepen gaan naast de tanker varen en een gevaarlijk dreigingsspel volgt. De Lido II meldt dat er lekkage is in de machinekamer, waardoor het schip zou kunnen zinken. Als dit waar is, is de kans op een milieuramp enorm. De situatie wordt steeds dreigender, waarbij enkele Servische patrouilleboten gevaarlijk dicht langs NAVO-eenheden varen en waarbij zij laten merken dat hun wapensystemen gereed zijn om te vuren.
Dan wordt het boardingteam van de Van Kinsbergen met de Lynx helikopter aan boord van de tanker gezet. Binnen korte tijd hebben de mariniers de controle over het schip. De lekkage in de machinekamer blijkt veroorzaakt te zijn door sabotage van de bemanning. De Lido II wordt nog in internationale wateren gestopt.



